Verrotte kop


In een krakersbolwerk
liep ik Saar mooi punkbeest
tegen ‘t zachtgebleven lijf
dat die piercings niet nodig had
om in vorm te blijven.
Saar ‘hield van mannen met verrotte koppen
waaraan je kon zien
dat ze hadden geleefd’;
ze keek mij dus met minachting aan.  

Ik kan Saars bewondering naar mij toe halen
door mijn lichaam uit te roken
mijn lever stuk te drinken
zodat mijn lijf een kraakpand wordt
waar zij graag in woont.  

Na jaren kom ik dan terug bij Saar
om haar trots
mijn uitgewoonde kop aan te bieden
op een presenteerblaadje
maar waarschijnlijk zou ze dan zeggen:
‘Mmm… bij nader inzien
vond ik je met die babyface toch lekkerder.’  

0 reactie(s)



Va-banque


'Quitte of dubbel’
knipten je ogen
maar de kern van dit spel
moet chance blijven.

‘Va-banque!’ riep ik
tegen de regels in;
liefde die geen liefde zijn mag
wil desnoods verder gloeien
als haat.

Jouw pupillen, losgeslagen,
begonnen te draaien
de cirkelgang
van de ketel door,
trechter waarin mijn geluk
aan een vrije val begon

Fiches werden
de lovers aan jouw allemansjurk.
Kapers namen grinnikend
in nieuwe schikking
hun positie in.

En buiten dat kordon
zag ik de croupier onbewogen
mijn dor fortuin naar zich toeharken.

0 reactie(s)



Kokosblank


Op Schiphol
heb ik mijn trouwring
door het toilet gespoeld;
edelmetaal
dat niet heet te roesten.
Zoals het vergaat.  

Overzees
op weg
naar een vrouwelach
die kokoswit openparelt.

0 reactie(s)



Klimop


Toen mijn liefde zich gebogen had
naar de muur waartegen zij
zich blind ging beuken
is zij niet verhard.
Zij liep uit
in soepele klimop,
verticaal stroomgebied
van de hoop
die de muur besprong
van haar slaapkamer,
bladeren om haar slapen legde
een kroon om haar vensters.
De nerven in mijn bladeren
vangen elk zuchtje
van haar nachtadem.

Ik houd haar boudoir
in omklemming.
Ik bekleed de muur
van de gevangenis
die mij buitensluit.  

0 reactie(s)



Hulshorsterzand


Twee lichamen geleden
hadden wij hier een liefde begaan.
Op de tijd verstoven woorden lagen uit
in tot aarde weergekeerde wolkenformaties.

Nu, op stukgelopen paden,
keken wij het geluk in de rug.
Rondom ons
klonk de verte dichterbij.
Achter de coulissen
reden treinen mensen uit elkaar.
In de takken hingen nog
onzichtbaar de strikken.
Everzwijnen hadden
als dolgeworden schatgravers
de aarde gekeerd.
Nog nooit zo schreeuwerig
hadden reclamevliegtuigjes
de grote leegte ondertiteld.
Op een buizerd na
die onze stiltes bijeen riep
hadden wij het landschap
sprakeloos gekregen.
Op de branding der bossen
werd ons het laatste licht
uit de ogen gespoeld.

Onze grafheuvel was opgericht
al in de tijd
dat wij beiden
nog geen naam mochten hebben.

1 reactie(s)