Een vreselijk abuis


                                     Praising what is lost                                       Makes the remembrance dear.                                      (Shakespeare, All’s well that ends well)

Zijn dashboardklokje
bleef stilstaan
op twee maanden voor achtentwintig.
Kan zoveel jong leven
toegestroomd voor hem
de hondsdolle dood
dan niet terug
zijn burcht injagen?
Maar nee,
hier staat
een machteloze mobilisatie.
Eenieder staat
zijn eigen dood
stil mee te vrezen.
Vanuit het luchtledig
juicht op
definitief deksel
een trouwfoto
achterhaalde levensvreugde.
Zelfs zijn blos
moest hij afleggen
hij die
voor de slaap
zo graag woelde
alsof hij zich niet
bij zijn rust
wilde neerleggen.
De weduwe
moet de pijnstomp
vrezen
en willen.

0 reactie(s)



Laatste woorden


Vierentachtig worden d’r niet veel.’
‘We komen allemaal
een keer aan de beurt, 
d’r wordt geen een overgeslagen’.
‘Hij ligt d’r netjes bij.’
‘Zonde van zo’n mooi overhemd.’
‘Hij heeft een prachtige dag uitgezocht,
jammer dattie er zelf niks meer aan heeft.’
‘Je vraagt je af:
Wie is de volgende?’
‘De dominee heeft mooi gesproken.’
‘Maar hij heeft nog mooier zijn kop gehouwen.’
‘Annie zal wel
in een zwart gat vallen nu.’
‘Dan is ze toch nog
een beetje bij hem.’  

Een loslatend blad
bevat de zonsondergang
ontmoet mijn loslatende geest
aan de spiegel.

0 reactie(s)



Tijdmelding


Ik heb bewondering voor
de juffrouw van de tijdmelding.

Ik bel haar op
omdat ik weer eens
met de klok overhoop lig
en effen meldt ze
'bij de volgende toon is het acht uur, vier minuten en zestien seconden’, zonder een vleugje weemoed.  

Als ik haar over twintig jaar bel:
Hetzelfde timbre, geen barst in haar stem,
geen zweempje melancholie.
Ik ben jaloers:
het is een gave
zó zakelijk te berichten
over het verglijden van de tijd.

0 reactie(s)



Voor mijn kat


Als ik met mijn kat alleen
in dit kot ongemerkt
de grote stilte bereik
hoe lang zal het duren
voor Elvis aan mij knagen gaat?
Waar ligt voor een kat het omslagpunt tussen
‘je vreet je eigen baasje toch niet op’en
‘ik verrek van de honger’?
Wat zit eerder in mijn lichaam:
door honger aangescherpte tandjes
of hard vretende maden?
Zal hij, eerst verbaasd, snuffelen aan
mijn slagzij liggend hoofd?
En als baasje na twee, drie dagen
nog niet opgestaan is om hem gekookte vis te geven
zal hij dan, eerst schuchter likkend mijn vel openraspen
allengs woester scheuren aan mijn vrijgekomen vlees?
Tot de dood ons ontbindt?
 

0 reactie(s)



Dammerbos


De maan staat vol
door houtstapels trekt
gehuil van wolven
uit verstoven wouden;
mijn slaapwandel ijlt
naar ’t Dammerbos
waar pierlala opspringt
en katuilen uitvliegen
op bezemstelen.

In ’t struweel laat ik mij
tussen afleggers vlijen,
dorpelingen vlechten
een krans imbeertakken
houden moerland ontstegen
geesten op afstand;
wasvrouwen wrijven mij in
met jeneverbessap
tot mijn huid zo dun wordt
dat ingezogen sterren
binnen mijn bloed
hun eigen baan houden.
 

0 reactie(s)



<< vorige 1 2 volgende >>